ECLI:NL:CRVB:2015:3979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid en onjuiste arbeidskundige grondslag
Appellante viel op 22 juni 2009 uit voor haar werk als medewerker financiële administratie vanwege psychische klachten, waaronder schizofrenie. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees haar WIA-uitkering af. Na bezwaar en beroep bleef het UWV bij dit standpunt, ondanks aanvullend medisch onderzoek en een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit van het UWV, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen dit oordeel en stelde dat zij volledig arbeidsongeschikt was en dat het UWV haar beperkingen onderschatte.
De Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank in haar oordeel dat de medische en arbeidskundige beoordeling juist is, maar stelt vast dat het UWV ten onrechte heeft aangenomen dat appellante bij aanvang van de verzekering ongeschikt was voor haar functie. Het UWV ging voorbij aan het feit dat appellante van november 2008 tot juni 2009 als medewerker financiële administratie heeft gewerkt, ondanks haar beperkingen.
De Raad oordeelt dat het besluit niet berust op een juiste arbeidskundige grondslag en draagt het UWV op binnen zes weken het besluit te herstellen door een nieuw arbeidskundig onderzoek uit te voeren, waarbij de functie van medewerker financiële administratie als maatman dient te worden genomen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen met een nieuw arbeidskundig onderzoek waarbij de functie medewerker financiële administratie als maatman wordt genomen.