ECLI:NL:CRVB:2015:3977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant viel sinds oktober 2011 uit wegens psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde bij besluit vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat onvoldoende rekening was gehouden met een psychisch onderzoek in het kader van een inburgeringsexamen, medicijngebruik en een onjuiste maatmanomvang.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat alle relevante medische informatie, inclusief de bevindingen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, was betrokken. Het advies van de arts bij het inburgeringsexamen was niet relevant voor de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Verder werd vastgesteld dat de ernst van de psychische klachten niet leidde tot volledige arbeidsongeschiktheid en dat de arbeidsdeskundigen terecht uitgingen van een maatmanomvang van 40 uur per week. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.