ECLI:NL:CRVB:2015:3928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten beschermingsbewind zonder professionele bewindvoerder
Appellant had beschermingsbewind ingesteld gekregen en vroeg bijzondere bijstand voor de kosten hiervan. Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af omdat de bewindvoering niet door een professionele organisatie werd uitgevoerd, wat volgens gemeentelijke richtlijnen een vereiste is voor bijzondere bijstand.
De rechtbank vernietigde het besluit van het college, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand omdat geen sprake was van noodzakelijke kosten, aangezien geen beloning aan de bewindvoerder was toegekend of aangevraagd. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat er kosten waren gemaakt die noodzakelijk waren in de zin van de WWB. Er was geen bewijs van een verschuldigde beloning aan de bewindvoerder en appellant had niet aangetoond dat hij de kosten niet zelf kon dragen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor kosten beschermingsbewind wordt afgewezen wegens ontbreken van noodzakelijke kosten en professionele bewindvoering.