ECLI:NL:CRVB:2015:3813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag bijstand wegens onvolledige gegevensverstrekking
Appellant diende op 14 mei 2013 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college verzocht appellant meerdere malen om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften van alle rekeningen over de afgelopen 12 maanden. Ondanks deze verzoeken leverde appellant niet alle gevraagde stukken binnen de gestelde termijn aan.
Het college stelde de aanvraag op 11 juli 2013 buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wegens onvolledige gegevensverstrekking. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, waarbij hij onder meer aanvoerde dat hij niet tijdig de bankafschriften kon verkrijgen en dat het college niet duidelijk had gemaakt dat ook digitale afschriften geaccepteerd werden. Ook stelde hij dat hij uitstel had kunnen vragen en dat hij op grond van informatie van zijn klantmanager dacht dat bepaalde rekeningen niet relevant waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij redelijkerwijs niet in staat was de gevraagde stukken tijdig te overleggen. Bovendien had het college duidelijk de mogelijkheid tot uitstel vermeld en was het niet aannemelijk dat appellant misleid was over welke bankafschriften relevant waren. De Raad bevestigde daarom het besluit om de aanvraag buiten behandeling te stellen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand blijft buiten behandeling omdat appellant niet tijdig alle gevraagde bankafschriften heeft overgelegd.