ECLI:NL:CRVB:2015:377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens geen toename psychische beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak
Appellant, wegens schouderklachten arbeidsongeschikt geworden, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant na de wachttijd meer dan 65% van zijn loon kan verdienen en wees de uitkering af. Appellant meldde een verslechtering van zijn gezondheid per 1 oktober 2011 door psychische klachten, maar het UWV handhaafde het besluit na herbeoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat geen medisch geobjectiveerde toename van beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak was aangetoond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische beoordeling niet zorgvuldig was en dat een expertise nodig was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd door een verzekeringsarts, dat psychische beperkingen in 2010 al waren vastgesteld in verband met angina pectoris, en dat een eventuele toename in 2011 voortkomt uit een andere ziekteoorzaak. Nieuwe medische gegevens ontbraken, en het verzoek om een deskundige werd afgewezen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op WIA-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak.