ECLI:NL:CRVB:2015:3750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet tijdig verstrekken gegevens en niet verschijnen
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand volgens de WWB. Zij meldden een verblijf in het buitenland van 9 juli tot 5 augustus 2012. Het college informeerde hen dat zij maximaal vier weken per jaar met behoud van uitkering in het buitenland mogen verblijven en dat wijzigingen direct gemeld moeten worden. Appellant en zijn echtgenote verschenen niet op uitnodigingen voor gesprekken en leverden niet de gevraagde documenten aan.
Het college schortte de bijstand op per 13 augustus 2012 en trok deze later in, waarbij de bijstandskosten over de periode van 13 tot 31 augustus werden teruggevorderd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij zich op 6 augustus 2012 telefonisch ziek had gemeld bij het college en ook bij een arts en de Marokkaanse sociale zekerheidsinstantie, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Raad concludeerde dat appellant niet heeft bewezen dat hij het college tijdig heeft geïnformeerd over zijn ziekte en verblijf in het buitenland. Het college mocht er daarom vanuit gaan dat appellant en zijn echtgenote op 6 augustus 2012 in Nederland waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens niet tijdig verstrekken van gegevens en niet verschijnen wordt bevestigd.