ECLI:NL:CRVB:2015:3708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor huurachterstand en herstelkosten woning
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan op grond van de WWB voor een vordering van woningcorporatie bestaande uit huurachterstand, herstelkosten en deurwaarderskosten. Het college wees de aanvraag af omdat bijstand voor schulden niet wordt verleend en er geen zeer dringende redenen waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de bijstand niet voor schuldaflossing was, maar om medische noodzaak voor een andere woning te realiseren. Uit de stukken bleek echter dat het ging om een huurschuld waarvoor een betalingsregeling was getroffen, en dat woningcorporatie pas een nieuwe woning verstrekt na gedeeltelijke aflossing.
De Raad oordeelde dat appellante wel degelijk bijzondere bijstand voor schuldaflossing had aangevraagd. Omdat zij beschikte over middelen om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien en geen zeer dringende redenen aannemelijk had gemaakt, kon bijstand op grond van artikel 13 WWB Pro niet worden verleend. Ook het beroep op artikel 49 WWB Pro faalde vanwege het ontbreken van onvermijdelijke behoeftige omstandigheden.
De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de bijzondere bijstand en de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor huurachterstand en herstelkosten wordt bevestigd wegens ontbreken van zeer dringende redenen.