ECLI:NL:CRVB:2015:3625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aangekondigde terugvordering WWB
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het dagelijks bestuur herzag bij besluit van 16 september 2013 de bijstand met ingang van 10 augustus 2010 en kondigde een terugvordering aan voor de periode tot 1 juli 2013.
Appellant maakte bezwaar tegen de aangekondigde terugvordering, maar dit bezwaar werd door het dagelijks bestuur bij besluit van 20 november 2013 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar zich richtte tegen een mededeling die geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard en dat hij niet is gehoord. De Raad oordeelt dat het bezwaar zich uitsluitend richtte op de aangekondigde terugvordering die geen besluit is en dat het dagelijks bestuur terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aangekondigde terugvordering is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep wordt verworpen.