ECLI:NL:CRVB:2015:3621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering IVA-uitkering wegens niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt
Appellante was werkzaam als mantelzorger en viel uit met rugklachten. Het UWV stelde vast dat zij volledig arbeidsongeschikt was, maar niet duurzaam, en kende haar een WGA-uitkering toe. Appellante maakte bezwaar en vorderde een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat verbetering van haar belastbaarheid niet was uitgesloten.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is vanwege aanhoudende klachten door een hernia. Het UWV verzocht bevestiging van de eerdere uitspraak. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts een concrete en deugdelijke inschatting maakte van de herstelkansen, mede op basis van medisch onderzoek en informatie van de behandelend neuroloog.
De Raad concludeerde dat de medische situatie van appellante niet als duurzaam kan worden aangemerkt, omdat de klachten niet overeenkomen met de onderzoeksbevindingen en een activerend beleid is aanbevolen. Appellante leverde geen nieuwe medische informatie die tot een ander oordeel leidt. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen; appellante is niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt en heeft geen recht op een IVA-uitkering.