ECLI:NL:CRVB:2015:3604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens niet verschijnen sollicitatietraining
Appellant ontvangt sinds 1 mei 2012 bijstand op grond van de Wet werk en Bijstand (WWB). Na een eerdere schriftelijke waarschuwing wegens het niet nakomen van arbeidsverplichtingen, verscheen appellant niet op een introductietraining binnen het Participatieplaatsen trede 3 (PAP) traject, waarvoor hij zich telefonisch had afgemeld vanwege een val met zijn scooter. Het college legde daarop een maatregel op door de bijstand met 30% te verlagen voor de duur van een maand.
Appellant voerde aan dat het PAP-traject niet passend was en dat hij door zijn val en griep niet kon verschijnen. De Raad oordeelde dat het college een zorgvuldige afweging had gemaakt en dat het traject passend was gericht op arbeidsinschakeling. De medische verklaring toonde geen zodanig letsel dat appellant niet alsnog had kunnen deelnemen.
De Raad concludeerde dat appellant zijn arbeidsverplichtingen niet was nagekomen en dat er sprake was van verwijtbaarheid. De opgelegde maatregel was daarom terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 30% wegens verwijtbaar niet verschijnen op de sollicitatietraining wordt bevestigd.