ECLI:NL:CRVB:2015:3600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet-nakomen arbeidsverplichtingen en recidive
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en Bijstand (WWB). Na eerdere waarschuwingen en verlagingen wegens het niet nakomen van arbeidsverplichtingen, verscheen appellant niet op een oriëntatieperiode binnen het HWU-traject bij het Re-integratiebedrijf Amsterdam (RBA). Het college legde daarop een verlaging van 100% van de bijstand op voor de duur van een maand wegens recidive.
Appellant voerde aan dat het HWU-traject niet passend was en dat het college onvoldoende maatwerk had geleverd. De Raad oordeelde dat het college een zorgvuldige, op appellant toegesneden afweging had gemaakt en dat het college bevoegd was te bepalen welke re-integratievoorziening passend was.
Het niet verschijnen zonder gegronde reden betekende dat appellant zijn arbeidsverplichtingen niet was nagekomen, wat een verlaging van de bijstand rechtvaardigde. Appellant kon geen dringende redenen aantonen om van de maatregel af te zien. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand met 100% wegens het niet nakomen van arbeidsverplichtingen en recidive.