ECLI:NL:CRVB:2015:3592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag wegens overschrijding inkomensnorm
Appellante ontvangt sinds 2005 met onderbrekingen bijstand en heeft naast bijstand ook een nabestaandenpensioen en inkomsten uit werk en een WW-uitkering gehad. Het college kende haar eerder langdurigheidstoeslag toe over 2009-2011, maar wees de aanvraag voor 2012 af omdat haar inkomen in de referteperiode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum hoger was dan de vastgestelde inkomensgrens.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het inkomen per jaar in plaats van per maand moet worden beoordeeld, en dat het college haar onjuist heeft behandeld. De Raad verwijst naar vaste rechtspraak dat het begrip 'langdurig laag inkomen' per maand wordt beoordeeld, aansluitend bij de WWB.
Verder faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat het college niet heeft gehandeld in strijd met eerdere beslissingen. De door appellante overgelegde berekeningen werden niet betwist door het college en tonen een overschrijding van de inkomensnorm aan.
De Raad bevestigt daarom de afwijzing van de aanvraag en wijst het verzoek tot schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag langdurigheidstoeslag wordt bevestigd omdat het inkomen maandelijks hoger was dan 102% van de bijstandsnorm.