ECLI:NL:CRVB:2015:3572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens onduidelijke woonsituatie en schending inlichtingenverplichting
Betrokkene heeft meerdere aanvragen voor bijstand ingediend, waarbij de gemeente Amsterdam aanvankelijk de aanvragen afwees wegens ontbrekende bewijsstukken en onvoldoende medewerking bij het vaststellen van zijn woonsituatie.
Na een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarbij bijstand werd toegekend tot 18 februari 2013, heeft appellant de bijstand per die datum ingetrokken op grond van schending van de inlichtingen- en medewerkingsverplichting. Betrokkene weigerde onder meer adresgegevens van zijn vriendin te verstrekken en gaf tegenstrijdige informatie over zijn verblijfplaatsen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de onderzoeksgegevens rechtmatig zijn verkregen en voldoende grond bieden voor de intrekking van de bijstand vanaf 18 februari 2013. Tevens wordt bevestigd dat de rechtbank terecht het eerdere besluit tot afwijzing van de aanvraag van 18 februari 2013 heeft vernietigd, omdat betrokkene aanvankelijk ten onrechte geen bijstand ontving.
De Raad vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de intrekking van de bijstand onterecht achtte en verklaart het beroep tegen het intrekkingsbesluit ongegrond. De overige onderdelen van de uitspraak blijven in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 18 februari 2013 wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingen- en medewerkingsverplichting.