ECLI:NL:CRVB:2015:3568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand ondanks mandaatgebrek sociaal rechercheur
Appellanten ontvingen sinds 1996 bijstand op grond van de WWB. Na een doorzoeking in augustus 2012 waarbij contant geld werd aangetroffen, stelde een sociaal rechercheur een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand. Op basis van dit onderzoek trok de sociaal rechercheur namens het college de bijstand in en vorderde terugbetalingen voor mei en augustus 2012.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat de sociaal rechercheur geen mandaat had om het besluit te nemen, omdat het ondermandaat was ingetrokken vóór het besluit van 21 maart 2013. De Raad bevestigde dat het besluit niet bevoegdelijk was genomen, maar oordeelde dat dit gebrek was hersteld doordat het college het besluit in bezwaar handhaafde en appellanten niet aannemelijk maakten dat zij door het mandaatgebrek waren benadeeld.
Verder stelde appellanten dat de rechtbank ten onrechte haar beoordeling beperkte tot de terugvordering over mei 2012 en geen oordeel gaf over de periode eind augustus 2012. De Raad vond dat de rechtbank terecht het geschil beperkte tot de terugvordering over mei 2012, omdat appellanten zich in hun beroepschrift en tijdens de zitting enkel op dat punt richtten.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Limburg van 24 april 2014. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd ondanks het mandaatgebrek van de sociaal rechercheur.