ECLI:NL:CRVB:2015:3557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten intrekking bijstand en beoordeling wettelijke rente
De zaak betreft hoger beroep tegen uitspraken van rechtbanken inzake de intrekking van bijstand en de berekening van wettelijke rente bij terugvordering. De Raad verwijst naar een eerdere tussenuitspraak waarin werd geoordeeld dat het college niet bevoegd was de bijstand over de periode van 1 september 2010 tot 10 mei 2011 in te trekken. Het college werd opgedragen het recht op bijstand over deze periode alsnog vast te stellen.
Het college heeft vervolgens een uitvoeringsbesluit genomen waarin het recht op bijstand werd herzien en een nabetaling werd vastgesteld. Daarnaast werd een afzonderlijk rentebesluit genomen over de vergoeding van wettelijke rente. Appellante was het eens met het uitvoeringsbesluit, maar niet met de berekening van de rentevergoeding, omdat volgens haar niet over een bedrag van € 740,- rente was berekend.
De Raad oordeelt dat appellante niet te veel heeft terugbetaald en dat de rentevergoeding van € 538,42 niet tekortschiet. Daarom wordt het beroep tegen het rentebesluit ongegrond verklaard. De besluiten tot intrekking van bijstand worden vernietigd wegens strijd met de Awb. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking van bijstand worden vernietigd en het beroep tegen het rentebesluit wordt ongegrond verklaard.