ECLI:NL:CRVB:2015:3494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen inkomsten uit prostitutie
Appellante ontvangt sinds 1 januari 2012 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme melding dat zij prostitutiewerkzaamheden verrichtte, heeft de gemeente Amsterdam een onderzoek ingesteld. Dit leidde tot het besluit van 2 oktober 2013 om de bijstand over de periode april tot en met december 2012 in te trekken en de kosten terug te vorderen wegens het schenden van de inlichtingenplicht.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij haar werkzaamheden niet had gemeld en geen administratie bijhield. De rechtbank achtte de door appellante opgegeven inkomsten onbetrouwbaar en concludeerde dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar inkomsten wel konden worden vastgesteld aan de hand van een vast bedrag per dagdeel, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. De Raad verwierp dit standpunt en onderschreef het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen inkomsten uit prostitutie wordt bevestigd.