ECLI:NL:CRVB:2015:3384
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant het griffierecht van €122,- niet binnen de gestelde termijn had betaald. Appellant maakte hiertegen verzet en voerde aan dat hij vanwege zijn financiële situatie niet in verzuim kon worden gesteld.
De Raad overwoog dat in eerdere jurisprudentie is vastgesteld dat wanneer een natuurlijke persoon een netto-inkomen heeft dat minder is dan 90% van de bijstandsnorm en geen vermogen bezit om het griffierecht te betalen, hij niet in verzuim kan worden gesteld. Uit het verzet bleek dat appellant minder dan €856,48 netto per maand beschikte en geen vermogen had om het griffierecht te voldoen.
Daarom oordeelde de Raad dat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was en verklaarde het verzet gegrond. De eerdere uitspraak van 3 maart 2015 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet. De behandeling van het hoger beroep staat gepland op 17 november 2015. Proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht is gegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.