ECLI:NL:CRVB:2015:3370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet woonachtig op opgegeven adres
Appellant ontving sinds 1997 bijstand en werd onderzocht in het kader van een project voor langdurig uitkeringsgerechtigden. Uit een onaangekondigd huisbezoek en dossieronderzoek bleek dat appellant niet daadwerkelijk woonde op het opgegeven uitkeringsadres. Hij verbleef slechts sporadisch daar en had geen eigen slaapkamer. Zijn persoonlijke bezittingen lagen elders.
Het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Optimisd trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde onterecht ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, en ook in hoger beroep werd dit oordeel bevestigd.
De Raad oordeelde dat het bijstandverlenend orgaan de last draagt om aannemelijk te maken dat de voorwaarden voor intrekking zijn vervuld. Gezien de feiten en verklaringen van betrokkenen was de inlichtingenverplichting van appellant geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom verworpen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.