ECLI:NL:CRVB:2015:3365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid voor IVA-uitkering
Appellant, die sinds 2008 ziek is gemeld met psychische klachten, heeft een WGA-uitkering ontvangen op basis van 100% arbeidsongeschiktheid. Na een heronderzoek heeft het UWV de WGA-uitkering beëindigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%, maar de rechtbank heeft dit besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Na een melding van verslechtering van de gezondheid van appellant in januari 2013, heeft het UWV vastgesteld dat de arbeidsongeschiktheid ongewijzigd 100% bedroeg, maar niet duurzaam was. Appellant maakte bezwaar en vorderde een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn psychiatrische aandoening niet herstelbaar is, onderbouwd met een brief van zijn psychiater. De Raad oordeelt echter dat de inschatting van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die rekening hield met alle medische gegevens en herstelkansen, voldoende onderbouwd is. De Raad bevestigt dat op de peildatum 28 januari 2013 een kans op herstel aanwezig was, zodat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt is en geen recht heeft op een IVA-uitkering.