ECLI:NL:CRVB:2015:3354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant ontving sinds 1992 een WAO-uitkering, die in 2005 was herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Na melding van arbeidsongeschiktheid in 2011 wegens psychische klachten, herzag het UWV in 2013 de uitkering opnieuw naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV en later door de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met alle klachten en medische informatie, waaronder die van de huisarts. De beperkingen van appellant waren correct vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Ook de arbeidsdeskundige concludeerde dat de voorgestelde functies passend waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar leverde geen nieuwe medische stukken aan die de juistheid van de FML konden betwijfelen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en het UWV, en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.