ECLI:NL:CRVB:2015:3289

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 september 2015
Publicatiedatum
29 september 2015
Zaaknummer
14/4927 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:104 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen uitspraak inzake WAO-verzekering ongegrond verklaard

In deze zaak heeft appellante verzet ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel betreffende een WAO-verzekering. De Centrale Raad van Beroep heeft in eerdere uitspraak vastgesteld dat zij onbevoegd is kennis te nemen van het hoger beroep tegen deze uitspraak, vanwege het appelverbod zoals neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Tijdens de mondelinge behandeling van het verzet heeft de gemachtigde van appellante geen nieuwe gronden aangevoerd die het appelverbod zouden kunnen doorbreken. De Raad heeft ook ambtshalve geen feiten of omstandigheden kunnen vaststellen die aanleiding geven het appelverbod te negeren.

Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en wijst zij het verzoek af. Tevens is er geen aanleiding om proceskosten aan appellante toe te rekenen. De uitspraak bevestigt de rechtsgeldigheid van het appelverbod in deze bestuursrechtelijke context.

Uitkomst: Het verzet tegen de uitspraak inzake WAO-verzekering is ongegrond verklaard en afgewezen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 september 2015
14/4927 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 22 juli 2014, 12/1291 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 26 november 2014 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het door dr. ir. drs. J.J. de Kok namens appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak.
De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb, waartegen ingevolge artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.
De Raad stelt vast dat de gemachtigde van appellante in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van de Raad van 26 november 2014 onjuist is. Ook ambtshalve is de Raad niet gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat in dit geval het zogenoemde appelverbod moet worden doorbroken.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons

CVG