ECLI:NL:CRVB:2015:3286

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 september 2015
Publicatiedatum
29 september 2015
Zaaknummer
14/5614 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. In het verzet stelde appellant dat hij het griffierecht wel had voldaan en bereid was dit opnieuw te doen.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen bewijsstukken had overgelegd ter onderbouwing van zijn stelling en dat het wettelijke stelsel geen ruimte biedt om een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht toe te staan.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de regels omtrent griffierechtbetaling in bestuursrechtelijke procedures.

Uitkomst: Het verzet van appellant tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 september 2015
14/5614 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 28 augustus 2014, 14/2338 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is verschenen: F.M.J. Eijmaal, vertegenwoordiger van het Uwv

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 29 mei 2015 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij het griffierecht wel heeft betaald en dat hij ook bereid is het griffierecht nogmaals te betalen.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Appellant heeft zijn stelling dat hij het griffierecht heeft betaald niet met bewijsstukken onderbouwd. Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte om appellant een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht te gunnen.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons
IvR