Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek tot veroordeling van het Uwv tot vergoeding van de wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant is sinds 2003 arbeidsongeschikt wegens linkerknieklachten en ontving in 2004 geen WAO-uitkering omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na ziekmeldingen in 2005 en 2007 stelde het Uwv in 2012 dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak, waarop appellant bezwaar maakte dat werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd en niet was ingegaan op een verzekeringsgeneeskundig rapport dat knieklachten als dezelfde ziekteoorzaak aanwees. Tevens verzocht appellant om benoeming van een deskundige.
De Raad oordeelt dat volgens artikel 43a WAO eerst moet worden vastgesteld of er toegenomen beperkingen zijn, alvorens te beoordelen of deze door een andere ziekteoorzaak worden veroorzaakt. De medische rapporten, waaronder die van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, tonen geen duidelijke toename van beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak. Knie- en rugklachten worden als verschillende oorzaken beschouwd. Het rapport van Triage en ZW-beoordelingen ondersteunen dit oordeel.
De Raad bevestigt dat het Uwv-besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en wijst het hoger beroep af. Het verzoek tot schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het Uwv-besluit wordt bevestigd.