ECLI:NL:CRVB:2015:3252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf daarbij een adres op als hoofdverblijf. Het college van burgemeester en wethouders van Pekela wees de aanvraag af omdat niet was komen vast te staan dat appellant daadwerkelijk op dat adres woonde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel op het opgegeven adres woonde en dat hij dat aannemelijk had gemaakt, ondanks dat hij bij meerdere huisbezoeken niet werd aangetroffen. Hij gaf verklaringen waarom hij niet thuis was en stelde dat de woning was ingericht.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij hoofdverblijf had op het opgegeven adres. Meerdere bezoeken waarbij appellant niet werd aangetroffen, een verklaring van de verhuurder dat appellant de woning nog niet bewoonde, en de beperkte inrichting en afwezigheid van levensmiddelen en administratie in de woning wezen hierop. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf op het opgegeven adres.