ECLI:NL:CRVB:2015:3245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding in WIA-zaak
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant in een WIA-zaak. De aangevallen uitspraak werd op 27 november 2014 aan partijen toegezonden, waarna de termijn voor het indienen van het beroepschrift zes weken bedroeg. Het beroepschrift werd echter pas op 9 januari 2015 ontvangen, wat na het verstrijken van de wettelijke termijn van 42 dagen is.
De gemachtigde van appellant voerde aan dat de termijn zes weken liep vanaf de dag na verzending van de brief, waardoor 9 januari 2015 de laatste dag zou zijn. De Raad oordeelde echter dat de termijn op 8 januari 2015 afliep, omdat de termijn ingaat de dag na de bekendmaking en zes weken (42 dagen) later eindigt. Hierdoor was het beroepschrift niet tijdig ingediend.
De Raad stelde vast dat er geen gegronde reden was om het verzuim te verontschuldigen. Daarom werd het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door J.W. Schuttel in aanwezigheid van griffier C. Tersteeg op 18 september 2015. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.