ECLI:NL:CRVB:2015:3125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over vergoeding zorgkosten en proceskosten na bezwaar Zorginstituut
Deze zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een geschil met het Zorginstituut Nederland over de vergoeding van zorgkosten. Na een tussenuitspraak van de Raad op 17 april 2015 heeft het Zorginstituut op 31 juli 2015 een nieuw besluit genomen waarin het bezwaar van appellante geheel werd gehonoreerd. Dit nieuwe besluit voorziet in vergoeding van een bedrag van € 370,02 op basis van het Nederlandse tarief, waarvan reeds een deel was betaald.
Appellante kon zich verenigen met dit nieuwe besluit en verzocht daarnaast om vergoeding van haar reiskosten voor het bijwonen van de zitting in hoger beroep en het betaalde griffierecht. De Raad heeft het onderzoek gesloten zonder nader onderzoek ter zitting en heeft het nieuwe besluit buiten beschouwing gelaten in de beoordeling van het hoger beroep omdat het bezwaar daarmee is opgelost.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank, zij het op andere gronden dan eerder overwogen. Tevens veroordeelt de Raad het Zorginstituut tot vergoeding van de door appellante gemaakte proceskosten, namelijk € 142,40 aan reiskosten en € 118,- aan griffierecht. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 september 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak en veroordeelt het Zorginstituut tot vergoeding van reiskosten en griffierecht aan appellante.