ECLI:NL:CRVB:2015:3119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken gevraagde gegevens
Appellante ontving sinds december 2008 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een onderzoek naar haar vermogens- en inkomenssituatie verzocht het college haar om bankafschriften en informatie over contante stortingen te overleggen. Appellante kreeg een hersteltermijn, maar verstrekte de gevraagde gegevens niet.
Het college schortte vervolgens de bijstand op en trok deze later in op grond van artikel 54, vierde lid, WWB. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij niet verwijtbaar tekort was geschoten, onder meer omdat zij onbekend was met de regelgeving.
De Raad oordeelt dat de gevraagde gegevens relevant waren en appellante niet binnen de gestelde termijn heeft geleverd. Haar onbekendheid met de regels is onvoldoende om verwijtbaarheid uit te sluiten. Het college was dan ook bevoegd en redelijk om de bijstand in te trekken. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellante niet tijdig de gevraagde gegevens heeft verstrekt.