ECLI:NL:CRVB:2015:3079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering renteloze lening Bbz wegens ontbreken inzage administratie
Appellant ontving bijstand in de vorm van een renteloze lening volgens het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) over de periode 2010-2011. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam vorderde de lening terug omdat appellant geen volledige inzage gaf in zijn administratie, waardoor de definitieve vaststelling van de bijstand niet mogelijk was.
De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen van appellant tegen de terugvorderingsbesluiten ongegrond. De rechtbank oordeelde dat appellant verplicht was verantwoording af te leggen over de lening en dat het college op grond van artikel 47 Bbz Pro 2004 verplicht was terug te vorderen bij het ontbreken van volledige administratie. Appellant voerde ziekte en problemen met zijn boekhouder aan, maar onderbouwde deze niet met stukken.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werden deze argumenten eveneens verworpen. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de terugvordering van de lening. Er werd geen aanleiding gezien voor het toewijzen van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de renteloze lening wegens het niet verstrekken van volledige administratie.