ECLI:NL:CRVB:2015:3075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens ontbreken geldige verblijfstitel
Appellanten hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor achterstallige huur, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikten over een geldige verblijfstitel. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat hun rechten, met name die van de minderjarige appellant, waren geschonden en dat zij zich niet tot het Centraal Orgaan Asielzoekers hoefden te wenden.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellanten in de relevante periode geen vreemdelingen waren in de zin van artikel 11 van Pro de WWB, waardoor artikel 16, tweede lid, van de WWB op hen van toepassing is. Dit artikel sluit bijzondere bijstand uit, ook niet op grond van zeer dringende redenen. Hoewel volgens vaste rechtspraak bijzondere bescherming onder artikel 8 EVRM Pro mogelijk is, kan dit niet via de WWB worden toegekend.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter W.H. Bel op 8 september 2015.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wegens ontbreken van een geldige verblijfstitel wordt bevestigd.