ECLI:NL:CRVB:2015:3066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 1996 een WAO-uitkering vanwege knieklachten, die in 2000 werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Zij verzocht in 2011 om herziening van dit besluit op grond van vermeende toename van haar beperkingen. Het UWV weigerde dit, waarna de rechtbank dit besluit bevestigde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en geen aanwijzingen bevat voor een toename van arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na 6 december 2000. De knieoperaties in 2001 en 2003 waren kleine ingrepen met een vlot herstel en geen langdurige toename van beperkingen. Medische stukken, waaronder een brief van dr. Preslica, bevatten slechts subjectieve klachtenbeschrijvingen zonder objectieve onderbouwing.
Het hoger beroep faalt daarom en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV tot weigering van herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.