ECLI:NL:CRVB:2015:3021
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende medische urenbeperking
Appellant is sinds 1 juni 2009 arbeidsongeschikt wegens rug- en psychische klachten en heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering. Het UWV heeft op 12 juni 2012 besloten dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar op 10 januari 2013 en door de rechtbank Gelderland op 6 december 2013.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat zijn beperkingen zijn onderschat en overhandigde aanvullende medische stukken en verzocht om benoeming van een deskundige. Het UWV handhaafde haar standpunt en voegde een recent rapport van de verzekeringsarts toe.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank de gronden van appellant op juiste wijze heeft besproken en voldoende gemotiveerd waarom deze niet slagen. De medische noodzaak voor een urenbeperking op de datum in geding (28 mei 2012) is niet inzichtelijk gemaakt. De Raad ziet geen aanleiding om een deskundige te benoemen en bevestigt dat appellant in staat is de werkzaamheden te verrichten die horen bij de geselecteerde functies.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.