Uitspraak
18 april 2014, 13/1867 (aangevallen uitspraak)
A.M.M. Schalkwijk.
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatstelijk werkzaam als verkoopster, meldde zich ziek vanwege linkerpolsklachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees haar WIA-uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidsdeskundige de beperkingen en functies passend had gemotiveerd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de verzekeringsartsen de informatie van de behandelend sector onjuist hadden meegewogen en dat de beperkingen onvoldoende waren vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de beperkingen adequaat waren verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat geen reden bestond een onafhankelijke deskundige te benoemen.
De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellante en dat het hoger beroep faalt. Er is geen grond voor schadevergoeding en ook geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit van het UWV wordt bevestigd.