ECLI:NL:CRVB:2015:2991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.M. van der Leeden
- Rechtspraak.nl
Weigering toewijzing geambieerde functie wegens indeling CLAS en zorgvuldigheidsplicht
Appellant, sergeant eerste klasse bij het Commando Landstrijdkrachten (CLAS), solliciteerde op 8 maart 2012 naar een functie bij de Koninklijke Marechaussee (KMar). Hoewel hij door de selectiecommissie als meest geschikte kandidaat werd voorgedragen, werd hij afgewezen omdat het CLAS hem niet bevorderingsgeschikt achtte volgens eigen loopbaanpatronen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister een nieuw besluit nam dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde. De Raad vernietigde dit besluit wegens een bevoegdheidsgebrek en stelde dat de minister onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte door appellant niet te informeren over de mogelijkheid tot wijziging van zijn indeling van CLAS naar KMar, wat de toewijzing van de functie mogelijk had gemaakt.
De Raad oordeelde dat appellant niet kon worden tegengeworpen dat hij geen verzoek tot wijziging had ingediend, omdat hij niet op de gevolgen van zijn indeling was gewezen en de functietoewijzingsautoriteit hem ondanks zijn status had toegelaten tot de sollicitatieprocedure. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en kreeg de opdracht een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van appellant voor de geambieerde functie is vernietigd en de minister moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van de uitspraak.