ECLI:NL:CRVB:2015:2904
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum van verstrekte WUV-voorzieningen bij aanvraagvertraging
Appellant, erkend als vervolgde in de zin van de WUV, verzocht in november 2012 om een periodieke uitkering en vergoedingen voor huishoudelijke hulp en maatschappelijke deelname. De vergoedingen werden toegekend met ingang van 1 november 2012, maar de periodieke uitkering werd geweigerd wegens onvoldoende verminderd functioneren.
Appellant beperkte zijn beroep tot de ingangsdatum van de voorzieningen en wenste een eerdere ingangsdatum vanwege vertraging buiten zijn schuld. De Raad overwoog dat op grond van artikel 2 van Pro het Besluit ingangsdatum voorzieningen WUV de voorzieningen ingaan op de eerste dag van de maand van aanvraag. De aanvraag was in november 2012 gedaan en de voorzieningen werden correct toegekend per die datum.
De Raad vond geen reden om de voorzieningen met ingang van een eerdere datum toe te kennen, mede omdat appellant de aanvraagformulieren pas twee maanden na ontvangst had ingestuurd en al eerder een aanvraag had kunnen indienen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de ingangsdatum van de WUV-voorzieningen wordt ongegrond verklaard.