ECLI:NL:CRVB:2015:2860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende medewerking aan vaststelling woonsituatie
Appellant heeft bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Tijdens meerdere gesprekken gaf appellant tegenstrijdige verklaringen over zijn verblijfplaats. Het college stelde hem in de gelegenheid nadere gegevens te verstrekken, maar tijdens het intakegesprek op 22 mei 2013 gaf appellant onvoldoende en tegenstrijdige informatie over zijn woonsituatie.
De interviewers constateerden dat appellant door zijn gedrag het gesprek verstoorde, niet adequaat antwoord gaf en het gesprek moest worden beëindigd. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen en wees het de aanvraag af wegens schending van de inlichtingen- en medewerkingsverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de bewijslast van bijstandbehoevendheid op appellant rust en dat het niet voldoen aan de medewerkingsplicht een geldige grond is voor afwijzing van de aanvraag. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende medewerking aan het vaststellen van de woonsituatie.