ECLI:NL:CRVB:2015:2846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering deelname project schone parken
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en was verplicht mee te werken aan re-integratieactiviteiten. Hij weigerde deel te nemen aan het project 'schone parken', waarbij lichte werkzaamheden werden verricht, wat leidde tot een verlaging van zijn bijstand met 100% gedurende een maand.
Appellant voerde aan dat zijn medische beperkingen aan de linkerschouder hem belemmerden om de werkzaamheden uit te voeren. Het medisch onderzoek en de functionele mogelijkhedenlijst toonden echter aan dat hij in staat was de werkzaamheden uit te voeren, waaronder het oprapen van vuil met een handgrijper en het dragen van een vuilniszak.
De Raad oordeelde dat appellant ten minste een start had moeten maken met de werkzaamheden en dat het college terecht de maatregel van verlaging van de bijstand had opgelegd. De beroepsgrond dat de maatregel onevenredig was, werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand wegens weigering deelname aan het project 'schone parken' wordt bevestigd.