ECLI:NL:CRVB:2015:2845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende arbeidsinschakeling
Appellant ontvangt sinds 1995 bijstand en heeft een startcontract met WorkFast getekend voor arbeidsinschakeling. Hij verscheen zonder geldige reden niet op meerdere afspraken en voerde de opgelegde opdrachten niet uit. Het college verlaagde daarom tweemaal de bijstand met in totaal € 600,-.
Appellant voerde aan dat hij de afspraken tijdig had afgezegd en dat de uitnodiging onduidelijk was, maar kon dit niet met objectieve medische gegevens onderbouwen. De Raad oordeelde dat het traject bij WorkFast een re-integratievoorziening is en dat appellant onvoldoende gebruik heeft gemaakt van deze voorziening.
De Raad concludeerde dat het college terecht de bijstand heeft verlaagd conform de Verordening maatregelen WWB. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens onvoldoende arbeidsinschakeling wordt bevestigd.