ECLI:NL:CRVB:2015:278

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 februari 2015
Publicatiedatum
4 februari 2015
Zaaknummer
14-157 WTCG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicaptenBesluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing aanvraag tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten 2010

Appellant had een aanvraag ingediend voor een algemene tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) voor het jaar 2010, welke door het CAK werd afgewezen omdat niet voldaan werd aan de wettelijke voorwaarden. De medicijnen die appellant gebruikte bevatten niet de door de minister aangewezen werkzame stof en de ziekenhuisbehandeling in 2009 viel niet onder de door de minister vastgestelde lijst. Ook het gebruik van hulpmiddelen gaf geen recht op de tegemoetkoming.

De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat het hebben van een chronische aandoening op zich niet voldoende is voor toekenning van de tegemoetkoming en dat het CAK geen beoordelingsruimte heeft om van de regelgeving af te wijken.

Appellant voerde aan dat hij nagenoeg blind is en dat daarom de geest van de wet in plaats van de letter moest worden gevolgd, omdat anders rechtsongelijkheid zou ontstaan. De Centrale Raad van Beroep verwierp dit betoog omdat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het CAK strikt gebonden is aan de regels en de formulering van de regelgeving geen andere uitleg toelaat.

Ook het argument van rechtsongelijkheid werd verworpen omdat appellant niet concreet had onderbouwd in welke gevallen ongelijke behandeling zou ontstaan. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag algemene tegemoetkoming Wtcg 2010 wordt bevestigd wegens niet voldoen aan wettelijke voorwaarden.

Uitspraak

14/157 WTCG
Datum uitspraak: 4 februari 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van
13 december 2013, 12/1961 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)

CAK

PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld en aanvullende stukken ingediend.
CAK heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 december 2014. Appellant is niet verschenen. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door B. Imhoff.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1.
Bij besluit van 8 mei 2012 heeft CAK de aanvraag van appellant om een algemene tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) voor het jaar 2010 afgewezen.
1.2.
Bij besluit van 24 oktober 2012 (bestreden besluit) heeft CAK het bezwaar tegen het besluit van 8 mei 2012 ongegrond verklaard. Daaraan is ten grondslag gelegd dat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor een algemene tegemoetkoming op grond van de Wtcg voor het jaar 2010. De in 2010 afgenomen medicijnen bevatten namelijk niet een door de minister aangewezen werkzame stof. Ook de ziekenhuisbehandeling van appellant in 2009 leidt volgens CAK niet tot toekenning van een algemene tegemoetkoming, omdat de Diagnose Behandeling Combinatie van de behandeling niet op een door de minister vastgestelde lijst is opgenomen. Voorts geeft ook de vergoeding van aan appellant verstrekte hulpmiddelen op zichzelf geen recht op een algemene tegemoetkoming. CAK heeft zich verder op het standpunt gesteld dat een chronische aandoening op zichzelf niet valt onder de wettelijke criteria voor een algemene tegemoetkoming. Het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten schrijft dwingend voor in welke gevallen een vergoeding moet worden verstrekt en hoe hoog de vergoeding is, en CAK heeft daarin geen beoordelingsruimte.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij - kort samengevat - overwogen dat CAK op goede gronden de aanvraag van appellant om een algemene tegemoetkoming heeft afgewezen, nu niet is voldaan aan de voorwaarden voor die tegemoetkoming. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat het hebben van een chronische aandoening niet voldoende is om voor de tegemoetkoming in aanmerking te komen en dat CAK geen ruimte heeft om van de regelgeving af te wijken.
3. Appellant kan zich met de aangevallen uitspaak niet verenigen. Appellant voert - kort samengevat - aan dat hij nagenoeg blind is en dat daarom bij hem sprake van een chronische ziekte is. In dit geval moet niet naar de letter van de wet, maar naar de geest van de wet worden gehandeld. Door de letterlijke uitleg van de regelgeving zoals deze door CAK is gedaan, ontstaat volgens appellant rechtsongelijkheid.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Voor een weergave van de relevante wettelijke bepalingen verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.
4.2.
Het betoog van appellant dat niet naar de letter van de wet, maar naar de geest van de wet moet worden gehandeld, slaagt niet. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat CAK strikt is gebonden aan de regels die bij en krachtens de Wtcg zijn gesteld (zie de Memorie van Toelichting op de Wtcg, Kamerstukken II 2008/09, 31 706, nr 3, blz. 37). Verder laat de formulering van deze regels geen andere uitleg toe dan de uitleg die door CAK is gedaan.
4.3.
Het betoog van appellant dat door de toepassing van de regelgeving door CAK rechtsongelijkheid ontstaat, slaagt ook niet. Appellant heeft namelijk niet onderbouwd in welke concrete gevallen toepassing van de wettelijke bepalingen tot ongelijke behandeling leidt.
4.4.
Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door W.H. Bel, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2015.
(getekend) W.H. Bel
(getekend) W. de Braal

HD