ECLI:NL:CRVB:2015:2764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Vervolgens heeft het college bij besluit alsnog bijstand toegekend over de periode van 26 juni tot en met 9 november 2014. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de proceskosten indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen. Artikel 8:108 Awb Pro is van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Omdat het hoger beroep is ingetrokken vanwege de tegemoetkoming van het college, veroordeelt de Raad het college in de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep. De proceskosten worden begroot op in totaal € 2.450,-.
De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier E. Blijleven-de Vries, en uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2015.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wordt veroordeeld tot betaling van € 2.450,- aan proceskosten aan appellant.