ECLI:NL:CRVB:2015:2763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet-nakoming re-integratieverplichtingen
Appellant ontving bijstand en werd verplicht deel te nemen aan een re-integratietraject bij IW4 bedrijven. Na weigering om aan het traject deel te nemen en het niet verschijnen op afspraken, heeft het college de bijstand met 100% verlaagd, waarbij de tweede maatregel een verdubbeling van de duur betrof wegens recidive.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant verwijtbaar handelde door niet te verschijnen, waardoor het traject niet kon doorgaan. Appellant voerde aan dat hij niet tot de doelgroep behoorde en dat het aangeboden werk WSW-arbeid betrof, waartoe hij niet verplicht was.
De Raad oordeelt dat het college bevoegd was het traject aan te wijzen en dat appellant gehouden was hieraan mee te werken. De weigering van appellant is verwijtbaar en rechtvaardigt de verlaging van de bijstand conform de verordening. De opgelegde maatregelen zijn proportioneel en de Raad ziet geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens niet-nakoming van re-integratieverplichtingen wordt bevestigd.