ECLI:NL:CRVB:2015:2752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante, laatstelijk werkzaam als customer service medewerkster, meldde zich ziek met chronische gewrichts- en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de WIA-uitkering. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij rekening is gehouden met zowel medische dossiers als persoonlijke klachten. Hoewel er geen objectief vastgestelde organische oorzaak voor de klachten was, zijn beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst opgenomen.
De Raad vond geen aanleiding om aanvullend medisch onderzoek te gelasten en stelde vast dat de voorgehouden functies medisch passend zijn. De door appellante overgelegde medische stukken na de peildatum gaven geen reden tot twijfel aan de eerdere beoordeling. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.