ECLI:NL:CRVB:2015:2747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeschiktheid zelfstandig metselaar voor Ziektewetuitkering
Het UWV stelde vast dat appellant vanaf 8 juli 2010 doorlopend ongeschikt was voor de verzekerde arbeid als zelfstandig metselaar en kortte de inkomsten uit arbeid op de Ziektewetuitkering. Appellant voerde aan dat de maatgevende arbeid onjuist was vastgesteld omdat hij ook administratieve en organisatorische taken verrichtte en dat hij vanaf april 2011 weer volledig geschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht is uitgegaan van de functie van zelfstandig metselaar inclusief administratieve en organisatorische werkzaamheden. Uit medische rapporten blijkt dat appellant door terugkerende elleboogklachten niet geschikt is voor deze werkzaamheden. Het door appellant aangevoerde huisartsenjournaal overtuigt niet dat hij vanaf oktober 2011 volledig heeft gewerkt in de maatgevende arbeid.
De Raad concludeert dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat hij volledig geschikt was voor zijn werk en bevestigt de eerdere uitspraak dat de Ziektewetuitkering terecht is gekort. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant ongeschikt is voor het werk als zelfstandig metselaar en dat de Ziektewetuitkering terecht is gekort.