Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant is sinds 2 februari 2006 arbeidsongeschikt door rug- en psychische klachten. Het UWV heeft zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 80-100%, met recht op een WGA-uitkering. Diverse besluiten bevestigden dat de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef en dat appellant geen recht had op een IVA-uitkering.
Appellant voerde aan dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de inhoud en effectiviteit van een revalidatietraject, en dat verbetering van zijn medische toestand niet aannemelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beslissing.
De Raad stelt dat de verzekeringsarts een concrete en deugdelijke prognose heeft gegeven over de kans op verbetering van de functionele mogelijkheden, ondersteund door een neurologisch rapport. Ook bij niet te genezen aandoeningen kunnen therapie, pijnbestrijding en hulpmiddelen verbetering bieden. Het hoger beroep faalt en het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen.
Uitkomst: Appellant is volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt, waardoor geen recht bestaat op IVA-uitkering.