ECLI:NL:CRVB:2015:2333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds 1997 bijstand en werkte vanaf 2009 parttime als ober. De gemeente Amsterdam stelde een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand. Tijdens een gesprek verklaarde appellant privé aanwezig te zijn in het restaurant tijdens openingstijden en fooien te ontvangen, zonder dit te melden aan de Dienst Werk en Inkomen (DWI).
Het college trok daarop de bijstand per 23 april 2012 in wegens schending van de inlichtingenverplichting. Appellant voerde aan dat hij geen verifieerbare gegevens had over de fooien en aanwezigheid buiten werktijd, en dat hij onvoldoende taalvaardig was om het gesprek zonder tolk te voeren.
De Raad oordeelde dat de verklaring van appellant voldoende was om de intrekking te rechtvaardigen. Het ontbreken van een administratie maakte het onmogelijk om vast te stellen of appellant recht had op bijstand. Ook was appellant niet gerechtigd op een tolk, omdat hij de Nederlandse taal kon begrijpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.