ECLI:NL:CRVB:2015:2256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Intrekking APPA-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid als Kamerlid
Appellante was lid van de Tweede Kamer van december 2003 tot november 2006 en ontving een APPA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na een medische herbeoordeling in 2012 werd vastgesteld dat zij niet langer ongeschikt was voor haar maatgevende arbeid, waarop de minister haar uitkering introk. Appellante betwistte haar geschiktheid voor het Kamerlidmaatschap.
De Raad beoordeelde de zaak aan de hand van de bepalingen in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) en stelde vast dat geschiktheid voor de maatgevende functie betekent dat geen sprake is van arbeidsongeschiktheid. De medische rapporten van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige gaven aan dat appellante ondanks haar hoofdpijnklachten en fysieke beperkingen in staat was haar werkzaamheden als Kamerlid uit te voeren.
De Raad verwierp het door appellante overgelegde rapport dat pleitte voor een preventieve urenbeperking, omdat de klachten onvoorspelbaar zijn en niet direct gerelateerd aan de arbeidsduur. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de APPA-uitkering gehandhaafd.