ECLI:NL:CRVB:2015:2039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling laattijdige aanvraag Wajong-uitkering en arbeidsvermogen
Appellant diende op 5 juni 2012 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering, die door het UWV werd afgewezen omdat hij na zijn 18e verjaardag gedurende langere tijd kon werken en meer dan 75% van het minimumloon kon verdienen. Na meerdere onderzoeken door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen verklaarde het UWV het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet in staat is om langere tijd in een betaalde werkomgeving te functioneren, maar mogelijk wel voor 50% in een veilige en gestructureerde omgeving. De Raad oordeelde echter dat de psychiaterbrief van appellant onvoldoende aanleiding gaf om de eerder vastgestelde beperkingen te herzien. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde overtuigend waarom appellant niet meer beperkingen heeft.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant de geselecteerde functies kan vervullen met inachtneming van zijn beperkingen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af. De beslissing werd op 1 juni 2015 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag en voldoende arbeidsvermogen.