ECLI:NL:CRVB:2015:2014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA, die het UWV per 28 maart 2012 beëindigde omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank vernietigde dit besluit deels en bepaalde dat de uitkering pas per 17 september 2012 zou eindigen.
In hoger beroep betoogde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de beperkingen die zij ervaart onvoldoende werden erkend, met name in relatie tot haar psychische klachten en rugklachten. Tevens stelde zij dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid werd gebaseerd niet passen bij haar belastbaarheid.
De Raad concludeerde dat het UWV zorgvuldig te werk is gegaan, dat de verzekeringsartsen de beperkingen juist hebben vastgesteld en dat er geen aanleiding is om aan deze medische beoordeling te twijfelen zonder een aanvullend rapport van een regulier medicus. Ook achtte de Raad de gekozen voorbeeldfuncties passend bij de belastbaarheid van appellante.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarmee de beëindiging van de WIA-uitkering per 17 september 2012 stand hield.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 17 september 2012 en wijst het hoger beroep af.