ECLI:NL:CRVB:2015:2005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste medische beoordeling en arbeidsongeschiktheid bij WAO-uitkering
Appellante, die sinds 2002 wegens rug- en psychische klachten arbeidsongeschikt is, ontving vanaf 2003 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. Na ziekteverzuim in 2010 beoordeelde het UWV in 2011 dat haar beperkingen niet waren toegenomen en handhaafde dit percentage. Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar dit werd ongegrond verklaard op basis van medische en arbeidskundige rapporten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het UWV-besluit ongegrond, omdat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de medische beoordeling. Ook de geschiktheid van de voor appellante geselecteerde functies werd bevestigd, omdat de belastingen binnen haar vastgestelde belastbaarheid vielen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat onterecht geen urenbeperking was vastgesteld. De Raad oordeelde dat de medische rapporten inzichtelijk en overtuigend waren en dat appellante geen objectief medisch bewijs had overgelegd dat de eerdere beoordeling zou ondermijnen.
De Raad bevestigde dat appellante in staat is om de geselecteerde functies te vervullen, waarbij de overschrijdingen van haar belastbaarheid adequaat waren gemotiveerd. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25% blijft gehandhaafd.