ECLI:NL:CRVB:2015:1902
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake AOW-toeslag en kostenvergoeding afgewezen wegens ontbreken procesbelang
De zaak betreft een hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank (Svb) tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant over de AOW-toeslag van betrokkene. Na een tussenuitspraak heeft de Svb een nieuw besluit genomen waarin het bezwaar van betrokkene gegrond werd verklaard en het eerdere besluit werd ingetrokken.
Betrokkene vorderde vergoeding van griffierecht, proceskosten en dwangsommen wegens overschrijding van de beslistermijn. De Svb erkende alleen de vergoeding van proceskosten en griffierecht in beroep, maar wees vergoeding van kosten in bezwaar af wegens ontbreken van bewijs daarvoor.
De Raad oordeelde dat appellant geen belang meer had bij beoordeling van het oorspronkelijke hoger beroep, waardoor dit niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard omdat betrokkene geen recht had op vergoeding van kosten in bezwaar. De Svb werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep en griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 juni 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit wordt ongegrond verklaard met een kostenveroordeling voor de appellant.