ECLI:NL:CRVB:2015:1865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens geschiktheid voor maatmanfunctie
Appellant was werkzaam als [naam functie] tot juni 2010, waarna hij vanwege longklachten stopte met werken. Na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant vanaf 6 juni 2012 niet arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij het medisch onderzoek en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) als zorgvuldig en juist werden beoordeeld.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn klachten, waaronder neurologische problemen en psychische stoornissen, onvoldoende waren meegewogen en dat hij niet geschikt was voor zijn functie. De Raad oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat eet- en slaapstoornissen en psychische problematiek op 6 juni 2012 bestonden en dat de overige klachten adequaat waren meegenomen in het verzekeringsgeneeskundig onderzoek.
De arbeidsdeskundige had gemotiveerd dat appellant, uitgaande van de FML, geschikt was voor de maatmanfunctie. De Raad vond geen reden dit standpunt te verwerpen. Daarom werd het beroep van appellant ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op WIA-uitkering per 6 juni 2012 omdat hij geschikt is voor de maatmanfunctie.